Een duurzame wereld vraagt om balans - met een beperkt energieVERbruik

Auteur: Ernst Hobma

in reactie op rapport ‘Energie Lost Alles Op’ van de Eerste Duurzame Generatie, september 2026

“Een duurzame wereld heeft meer energie nodig.” De conclusie van het rapport ‘Energie Lost Alles Op’ is comfortabel. Meer energie kunnen we, we hebben immers de techniek. En als we toch meer nodig hebben, dan hoeven we ook niet al te kritisch na te denken over waar we die energie dan precies voor gebruiken. Maar er is een cruciaal probleem: het kan niet – zeker niet op basis van de techniek van vandaag.

Laten we bij de data beginnen. In 2025 was de CO2 uitstoot wereldwijd weer hoger dan ooit (Deng et al, 2026). Ons primaire energieverbruik was ook hoger dan ooit (Our World in Data, 2026). We timmeren al jaren hard aan de weg als het gaat om het installeren van hernieuwbare energieopwekking. Toch is het aandeel van hernieuwbare energie in onze primaire energiemix minder dan 15 % (Our World in Data, 2026). Hernieuwbare energie groeit hard, maar de totale energievraag groeit harder. En zo blijft de uitstoot van broeikasgassen stijgen. Het energiesysteem is mondiaal nog steeds vooral fossiel.

Broeikgasgasuitstoot is de drijvende kracht achter klimaatverandering, en we hebben geen klimaatruimte meer over. De grens van 1,5 graden, waaronder de meest desastreuze kantelpunten en schade door klimaatverandering waarschijnlijk voorkomen kan worden, zijn we volgens de Verenigde Naties net gepasseerd (VN, 2026). Het gaat nu om het beperken van hoe ver we de echte gevarenzone ingaan.

Op de korte termijn is het logisch dat als je minder broeikasgassen wil uitstoten, en je voor je energievoorziening met name leunt op fossiele brandstoffen, je dus minder energie moet gebruiken om snel te verduurzamen. De Nederlandse economie biedt ook een voorbeeld dat deze combinatie werkt. Dalende uitstoot ging de afgelopen jaren samen met dalend energieverbruik. Het gaat nog lang niet hard genoeg – we liggen achter op onze eigen doelen voor 2030 en 2040 – maar de correlatie is duidelijk. Ook op wereldwijd niveau zou het beperken van energieverbruik de manier bij uitstek zijn om snel uitstoot te verminderen.

Rebound effecten

Rebound-effecten vormen nog een reden waarom juist energievraag beperken een logische weg naar duurzaamheid is in plaats van te hopen op overvloed. Het is namelijk al vroeg in de Industriële Revolutie beschreven dat meer efficiëntie vaak helemaal niet zorgt voor minder energieverbruik (Fix, 2024). De “Jevons Paradox” beschrijft dat hoewerl efficiëntie technisch gezien ervoor zorgt dat je met minder grondstoffen meer kan bereiken, gaat op macroniveau het energiegebruik eerder omhoog dan omlaag.

Ook nu zie je deze paradox op allerlei manieren terug. Elektrische auto’s profiteren bijvoorbeeld van steeds betere batterijen en snelle laadpalen. (Europese Commissie, 2026). Die auto’s worden, nu het kan, ook steeds groter en zwaarder (CBS, 2025). (CBS, 2025). Zo heb je meer grondstoffen en energie nodig om dezelfde mensen – in een iets luxere SUV – te verplaatsen.

 Recent hebben economen in een rapport van het Internationaal Monetair Fonds vastgesteld dat deze ‘Jevons Paradox’ op wereldwijde schaal zichtbaar is in het energiesysteem (Oman et al, 2026). Zij komen dus tot de conclusie dat alleen maar focussen op meer hernieuwbare energie toevoegen, en toegenomen efficiëntie in energiesystemen, een ongeschikte strategie is om van fossiele brandstoffen af te komen. De energievraag zal blijven stijgen zolang je hem niet beperkt – juist als je aanbod toevoegt en efficiëntie verhoogt. Ook op de langere termijn moet je dus ergens een grens gaan stellen aan de hoeveelheid energieverbruik.

Energie & grondstofgebruik

Zelfs als je niet overtuigd bent door bovenstaande bezwaren, dan nog is overvloedige duurzame energie onduurzaam. Duurzame energie heeft namelijk grondstoffen nodig, en die grondstoffen veroorzaken op hun beurt weer duurzaamheidsproblemen. Zonne- en windenergie vraagt grote hoeveelheden niet-hernieuwbaar materiaal, van aluminium tot zeldzame aardmetalen. Het winnen van die grondstoffen brengt lokaal schade toe aan de mensen die het winnen en de biodiversiteit. Naarmate we meer van deze metalen nodig hebben zullen we op steeds minder gunstige locaties moeten gaan graven. Daarmee stijgt de hoeveelheid energie die we nodig hebben voor het winnen van die grondstoffen, en de schade aan de lokale natuur ook.

Kernenergie -  dat gegeven het radioactieve afval sowieso niet echt als duurzame energie kan worden gezien – kan zeker geen alternatief bieden voor zon- en wind. Zelfs in het optimistische scenario van de International Atomic Energy Agency biedt kernenergie in 2050 minder dan een kwart van de elektriciteit die de wereld in 2024 gebruikte, en een nog veel kleiner deel van de totale energie (IAEA, 2026).

Energie & welzijn

Altijd maar meer energie is dus een irrealistische utopie. Daar hoeven we echt niet rouwig om te zijn. Energie en welzijn gaan namelijk helemaal niet altijd samen. Een overzichtsstudie laat zien dat energie en welzijn tot een bepaald punt samenhangen (Pesch et al, 2023). Het cruciale deel van die zin is “tot een bepaald punt”. De correlatie tussen welzijn en energie neemt af, tot hij bijna of helemaal verdwijnt. Op menselijk niveau is dat goed te begrijpen. Zolang je niet in je basisbehoeften – huisvesting, zorg, voldoende eten en dergelijke – kan voorzien, is meer energie hard nodig. Energieverbruik kan dan helpen om je welzijn flink te verhogen. Maar als je al in die basisbehoeften kan voorzien, dan voegen terrasverwarmers, vele vliegreizen en de al eerder beschreven grote SUV’s niet per se welzijn toe.

Overvloedige energie kan dus niet, maar is ook helemaal niet nodig voor menselijk welzijn. We zouden ons moeten toeleggen op het vormgeven van een maatschappij waarin er voldoende energie voor iedereen beschikbaar is, in plaats van overvloed.  

 

De Eerste Duurzame Generatie heeft als beleid om op elk artikel of onderzoek 2 mensen te laten reageren die (wellicht) anders denken over de materie.

Deze keer is dat in elk geval duurzaamheidseconoom Ernst Hobma (Triodos & GroenLinks).